bepalingen

AB0-Rh Bloedgroep
Het type ABO-bloedgroep dat iemand heeft, wordt bepaald door specifieke eiwitten (antigenen) die van nature aanwezig zijn op de rode bloedcellen. Het belangrijkste zijn de A en B antigenen. Personen kunnen antigeen A (bloedgroep A), antigeen B (bloedgroep B), antigeen A en B (bloedgroep AB) of geen antigeen A en B (bloedgroep 0) op hun rode bloedcellen hebben.

ALAT
ALAT (Alanineaminotransferase) is een enzym wat voornamelijk aanwezig is in de cellen van de lever. ALAT wordt in verhoogde mate in bloed aangetroffen bij ziekten die gepaard gaan met beschadiging van de levercellen, zoals infecties, intoxicaties of bij alcohol gebruik. Bij het gebruik van sommige medicijnen kunnen ook (licht) verhoogde ALAT-waarden worden gevonden.  

AMH
AMH (Anti-Mulleriaans Hormoon) wordt geproduceerd door de groeiende follikels in je eierstokken. De hoeveelheid AMH in je bloed is een betrouwbare voorspeller van je voorraad aan eicellen. Je gehele voorraad eicellen heb je al vanaf je geboorte. Bij iedere ovulatie-cyclus komen eicellen uit de voorraad vrij, net zolang totdat de voorraad op is. Op dat moment dient de menopauze zich aan. De hoeveelheid AMH in bloed neemt ook af met het ouder worden. Met de variatie in AMH-waarden binnen en tussen cycli is rekening gehouden in de referentiewaarden.Vrouwen met een verhoogd aantal kleine follikels (het blaasje waar de eicel in zit) lopen een verhoogd risico op cyste vorming in de eierstokken. Dit noemt men het PolyCysteus OvariumSyndroom (PCOS). Bij PCOS is de hoeveelheid AMH in het bloed veel hoger dan normaal.

Cholesterol
Cholesterol speelt een belangrijke rol in het lichaam als bouwsteen voor onder andere lichaamscellen en hormonen. Cholesterol wordt deels opgenomen uit voedsel en deels geproduceerd door het lichaam, met name in de lever. Het transport van cholesterol door het lichaam vindt plaats met behulp van lipoproteïnen zoals LDL-c (Low-Density Lipoprotein-cholesterol) en HDL-c (High-Density Lipoprotein-cholesterol). Bij de bepaling van totaal cholesterol wordt ook zowel LDL-c als HDL-c gemeten.

Coeliakie
Coeliakie is een auto-immuunziekte. Hierbij is er een intolerantie voor het eiwit in gluten. Gluten zijn te vinden in onder andere brood, pasta en tarwe. Bij deze chronische darmziekte worden de afweercellen van het darmslijmvlies aangevallen. Hierdoor ontstaat er atrofie (afname) van het darmslijmvlies. Wanneer dit gebeurt kunnen de darmen de voedingsstoffen niet goed opnemen en kan dit  klachten veroorzaken zoals vermoeidheid en verlies van lichaamsgewicht. Bij de oorzaak van coeliakie spelen meerdere factoren een rol, zoals bijvoorbeeld de genetische aanleg. Meer dan 95% van de coeliakiepatiënten is drager van HLA-DQ2 en/of DQ8. Indien een persoon geen HLA-DQ2 en/of DQ8 heeft, is de kans op coeliakie nu en in de toekomst zeer klein. HLA-DQ2DQ8 typering is daarom een waardevolle test voor het uitsluiten van de diagnose coeliakie.

Corona neutraliserende antistoffen
De aanwezigheid en de concentratie van deze antistoffen is een maat voor de bescherming tegen ernstige ziekte door corona. De kans hierop is bij een positieve test een stuk kleiner. Neutraliserende antistoffen (S1-RBD-neutralizing IgG antibodies) worden bepaald met een FDA/CE goedgekeurde test van Siemens Healthineers.

CRP
CRP (C-reactief Proteïne) is een eiwit wat wordt gemaakt in de lever. Bij het ontstaan van een ontsteking neemt de concentratie van CRP in het bloed binnen 6-8 uur flink toe. De CRP-waarde geeft aan of ergens in het lichaam sprake is van een ontsteking. Ook bij ontstekingszieken als reuma en bij sommige autoimmuunziekten kan de CRP-waarde verhoogd zijn.

eGFR
(CKD-EPI) De functie van de nier (nierfiltratiesnelheid; eGFR) kan worden geschat op basis van een berekening. De meest betrouwbare formule hiervoor is de berekening die CKD-EPI wordt genoemd. Deze berekening is gebaseerd op de kreatinine waarde in je bloed en corrigeert voor geslacht, ras en leeftijd. De eGFR geeft aan hoeveel milliliter bloed per minuut wordt gefiltreerd.  

Ferritine
Ferritine is een eiwit dat vooral in de lever en in het beenmerg aanwezig is en dat wordt gebruikt om ijzer op te slaan. Een kleine hoeveelheid ferritine zit ook in het bloed. De hoeveelheid ferritine in het bloed is een maat voor de ijzervoorraad in het lichaam.

FSH
FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) wordt aangemaakt door een kleine klier in de hersenen (de hypofyse). Gedurende de eerste twee weken van de menstruatiecyclus (de folliculaire fase) is de hoeveelheid LH en FSH stabiel laag. Tijdens deze fase stimuleren zij de productie van oestradiol. Tijdens de eisprong stijgt de hoeveelheid FSH in het bloed licht. Na de eisprong, in de zogenaamde luteale fase van de menstruatiecyclus, daalt het LH en FSH weer (onder invloed van progesteron) zodat aan het begin van de menstruatie alle hormonen weer in een lage concentratie aanwezig zijn. De concentratie FSH varieert dus sterk binnen een menstruele cyclus. Tijdens de overgang (menopauze) neemt de werking van de eierstokken af en zal, door het wegvallen van de remming van de productie van LH en FSH, de hoeveelheid van deze hormonen in het bloed stijgen.

Gamma-GT
Gamma-GT (Gamma-Glutamyltransferase) is een enzym dat wordt geproduceerd in de lever en via de galwegen wordt afgegeven aan het bloed. Gamma-GT is voornamelijk betrokken bij de omzetting en vertering van voedingsstoffen.

HbA1c
HbA1c geeft een afspiegeling van de gemiddelde bloedglucosewaarden over de afgelopen 6 tot 8 weken weer. Dit is afhankelijk van de gemiddelde levensduur van je rode bloedcellen.

HDL-cholesterol
HDL-cholesterol (High-density lipoprotein-cholesterol) is ook wel bekend als het goede cholesterol. HDL-c speelt een rol bij het verwijderen van cholesterol uit het lichaam. Vandaar dat een hoge HDL-cholesterol waarde beter is dat een lage HDL-cholesterol waarde.

Hemoglobine
Hemoglobine (Hb) is een eiwit dat aanwezig is in de rode bloedcellen (erytrocyten). Hemoglobine is verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof van de longen naar de weefsels in het gehele lichaam.

IJzer
IJzer is een belangrijke bouwsteen van het hemoglobine wat aanwezig is in de rode bloedcellen van het bloed. Hemoglobine zorgt voor het zuurstoftransport in het lichaam. IJzer is ook belangrijk voor de werking van een aantal enzymen. IJzer krijg je binnen via voedsel en wordt via de darm in het lichaam opgenomen.

Kreatinine
Kreatinine is een afvalstof van de spieren welke door de nieren vrijwel volledig in de urine wordt uitgescheiden. Hiervoor wordt kreatinine door de nier uit het bloed gehaald. De hoeveelheid kreatinine in het bloed geeft een goede indicatie van de nierfunctie.  

LDL-cholesterol
LDL-cholesterol (Low-density lipoprotein-cholesterol) is ook wel bekend als het slechte cholesterol. LDL-c transporteert voornamelijk cholesterol van het maag-darm kanaal naar de vaatwand. Bij een verhoogd LDL-c wordt er te veel cholesterol afgezet op de vaatwand wat een verhoogd risico geeft op hart- en vaatziekten. Het is daarom van belang om LDL-cholesterol laag te houden.

LH (bij hormonen man)
LH (Luteïniserend Hormoon) wordt aangemaakt door een kleine klier in de hersenen (hypofyse). Bij mannen zet LH de cellen in de testikels aan tot de productie van testosteron. De hoeveelheid LH in het bloed is vanaf de puberteit redelijk constant.

LH (bij hormonen vrouw)
LH (Luteïniserend Hormoon) wordt aangemaakt wordt gemaakt door een kleine klier in de hersenen (de hypofyse). Gedurende de eerste twee weken van de menstruatiecyclus, de fase waarin de eicellen rijpen voor de ovulatie (de folliculaire fase), is de hoeveelheid LH en FSH stabiel laag. Tijdens deze fase stimuleren zij de productie van oestradiol. Tijdens de eisprong stimuleert een kortdurende zeer hoge productie van LH het vrijkomen van de eicel uit het rijpe blaasje (follikel). Na de eisprong, in de zogenaamde luteale fase van de menstruatiecyclus, daalt het LH en FSH weer (onder invloed van progesteron) zodat aan het begin van de menstruatie alle hormonen weer in een lage concentratie aanwezig zijn. De concentratie LH varieert dus sterk binnen een menstruatiecyclus. Tijdens de overgang (menopauze) neemt de werking van de eierstokken af en zal, door het wegvallen van de remming van de productie van LH en FSH, de hoeveelheid van deze hormonen in het bloed stijgen.

Magnesium
Magnesium is een belangrijke bouwsteen in het lichaam en wordt via het voedsel opgenomen. Magnesium is essentieel voor de energieproductie in het lichaam, de werking van spieren en zenuwen en voor het behoud van de stevigheid van botten. Iedere cel in het lichaam bevat magnesium maar slechts 1% van het totaal magnesium bevindt zich in het bloed.

Microalbumine/kreatinine
De microalbumine/kreatinine ratio is een maat voor de nierfunctie. In een gezond persoon scheiden de nieren altijd een klein beetje albumine (eiwit) uit. Als de nieren beschadigd zijn dan kunnen ze minder goed de albumine (eiwitten) uit de urine filteren en komt er meer albumine in de urine terecht. Hoe meer albumine in de urine, hoe slechter de nieren. Daarom wordt deze ratio ookwel gebruikt om het risico op het ontwikkelen van een nierziekte of een hart-en vaatziekte in te schatten. Microalbumine wordt uitgedrukt in verhouding tot kreatinine om te corrigeren voor de verdunning door urine.

PSA
PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) is een eiwit wat wordt aangemaakt door de cellen van de prostaat. PSA komt onder normale omstandigheden slechts in een lage concentratie voor in het bloed. De concentratie PSA in bloed neemt toe met de leeftijd.

Rode bloedcellen (Erytrocyten)
Het bloed bevat verschillende soorten cellen zoals rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten). Rode bloedcellen (erytrocyten) worden aangemaakt in het beenmerg en bevatten hemoglobine. Hemoglobine is verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof van de longen naar de weefsels in het gehele lichaam.

SHBG
SHBG (Sex Hormoon Bindend Globuline) wordt aangemaakt in de lever en is onder andere betrokken bij het transport van testosteron in het bloed. De testosteron-waarde is alleen goed te interpreteren bij een normale SHBG-waarde.

Testosteron (bij hormonen man)
De belangrijkste hormonen bij de man zijn testosteron en luteïniserend hormoon (LH). LH wordt aangemaakt in de hypofyse en zet cellen in de testikels aan tot de productie van testosteron. Testosteron stimuleert de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken (zoals een lage stem, lichaamsbeharing en spierontwikkeling) en heeft invloed op het libido. De testosteron-waarde is alleen goed te interpreteren bij een normale SHBG-waarde.

Testosteron (bij hormonen vrouw)
Testosteron is het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon. De testosteronspiegel in bloed is bij mannen voor de puberteit laag en tijdens de puberteit stijgt deze naar volwassen waarden. Bij vrouwen zijn de testosteronconcentraties veel lager dan bij mannen. Bij vrouwen wordt ongeveer 30% door de eierstokken en de rest door de bijnieren geproduceerd.

Transferrine
Transferrine is een eiwit wat wordt gemaakt in de lever en zorgt voor het transport van ijzer in het bloed. IJzer komt namelijk niet in vrije vorm voor in het bloed. Per molecuul transferrine zijn 2 bindingplaatsen voor ijzer beschikbaar.

Triglyceriden
Triglyceriden vormen de vetvoorraad voor het lichaam. Het merendeel van de triglyceriden is opgeslagen in het vetweefsel. Een deel van de triglyceriden bevindt zich in het bloed en levert energie aan de spieren. Na een maaltijd stijgt de concentratie triglyceriden in het bloed omdat de triglyceriden uit het voedsel na opname in de darm via het bloed naar het vetweefsel worden getransporteerd.

TSH (Algemeen)
TSH (Thyroid Stimulerend Hormoon) wordt gemaakt door een kleine klier in de hersenen (de hypofyse) en zorgt ervoor dat de schildklierhormonen (T3 en T4) door de schildklier worden geproduceerd. Schildklierhormonen regelen het energie gebruik van het lichaam, ze functioneren als het ware als "de thermostaat" van het lichaam. Wanneer er te weing schildklierhormoon (T3 en T4) geproduceerd wordt leidt dat tot een stijging van het TSH en omgekeerd, wanneer te veel schildklierhormoon (T3 en T4) geproduceerd wordt leidt dat tot een daling van TSH. 

TSH (bij Hormonen vrouw)
TSH (Thyroid Stimulerend Hormoon) wordt gemaakt door een kleine klier in de hersenen (de hypofyse) en zorgt ervoor dat de schildklierhormonen (T3 en T4) door de schildklier worden geproduceerd. Schildklierhormonen regelen het energiegebruik van het lichaam, ze functioneren als het ware als "de thermostaat" van het lichaam. Wanneer er te weing schildklierhormoon (T3 en T4) geproduceerd wordt leidt dat tot een stijging van het TSH en omgekeerd, wanneer te veel schildklierhormoon (T3 en T4) geproduceerd wordt leidt dat tot een daling van TSH. Te veel maar ook te weinig schildklierhormoon kan leiden tot een minder goede werking van de eierstok waardoor er minder vaak een eisprong (ovulatie) plaatsvindt. Ook kan dit ten grondslag liggen aan een onregelmatige cyclus.

Vitamine B1
Vitamine B1 (Thiamine) is onmisbaar voor de energievoorziening en het koolhydraatmetabolisme van het lichaam, voor een goede werking van de hartspier en het zenuwstelsel. Het lichaam neemt vitamine B1 op uit de voeding. Vitamine B1 komt voor in brood en graanproducten, aardappelen, vlees, melk, peulvruchten en noten. De analyse van deze bepaling is uitgevoerd door een extern ISO15189 geaccrediteerd laboratorium.

Vitamine B12
Vitamine B12 (Transcobalamine) speelt een belangrijke rol bij de aanmaak en het herstel van cellen en weefsel, vooral voor de aanmaak van rode bloedcellen. Ook is vitamine B12 onmisbaar om het zenuwstelsel in goede conditie te houden. Het lichaam neemt vitamine B12 op uit de voeding. Vitamine B12 komt met name voor in dierlijke producten zoals (rood) vlees, vis, gevogelte, melk en eieren. Aan sommige graanproducten wordt vitamine B12 toegevoegd vanwege het toenemend aantal mensen dat geen dierlijke producten eet.

Vitamine B6
Vitamine B6 (Pyridoxine) is belangrijk voor de stofwisseling, vooral voor de afbraak en opbouw van aminozuren, de bouwstenen van eiwitten. Vitamine B6 reguleert de werking van bepaalde hormonen en is nodig voor de groei, de bloedcelaanmaak en een goede werking van het immuunsysteem en het zenuwstelsel. Het lichaam neemt vitamine B6 op uit de voeding. Vitamine B6 komt voor in vlees, eieren, vis, brood en graanproducten, aardappelen, peulvruchten, groente, melk, melkproducten en kaas. De analyse van deze bepaling is uitgevoerd door een extern ISO15189 geaccrediteerd laboratorium.

Vitamine D
Vitamine D (25-hydroxy-vitamine D) speelt een belangrijke rol bij de opname van calcium uit de voeding, de botopbouw, het in stand houden van de botten, het functioneren van het afweersysteem en bij vele stofwisselingsprocessen in het lichaam. De belangrijkste bron van vitamine D is de aanmaak in de huid onder invloed van UVB uit zonlicht. Dit bepaalt meer dan 90% van de vitamine D status. Slechts een kleine hoeveelheid vitamine D wordt via de voeding opgenomen.

Witte bloedcellen (Leukocyten)
Het bloed bevat verschillende soorten cellen zoals rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten). Witte bloedcellen (leukocyten) worden aangemaakt in het beenmerg. Witte bloedcellen spelen een belangrijke rol bij de afweer van het lichaam tegen ziekteverwekkers.